De tips van de specialist

Een laminaatvloer is een typisch doe-het-zelfproduct: ongeveer 60 % van de eigenaars legt hem zelf. Of probeert dat althans. Want zo eenvoudig is het niet. Waarop moet special worden gelet?

Acclimatiseren

Laminaatplanken moeten minstens 48 uren de tijd krijgen om zich te kunnen anpassen aan de temperatuur en de luchtvochtigheid van de omgeving. Zo vermijd je dat mogelijke temperatuurverschillen ze doen krimpen of uitzetten. Leg de planken, nog in de gesloten verpakking, horizontaal en vlak in het midden van de ruimte waar ja ze wil plaatsen. De beste omstandigheden zijn 15 à 20 °C en een relatieve luchtvochtigheid van 55 à 60%.

Ondergrond

Ook heel belangrijk: een stabiele, voldoende vlakke en goed droge ondergrond. Een essentiële voorwaarde bij nieuwe beton is een plastiekfilm tussen het basisbeton en de chape. Voor het drogen van chape reken je 1 week per cm dikte tot 4 cm, en het dubbele voor wat méér is dan 4cm. Voor meer dan 6 cm reken je 3 weken per cm.
Let erop dat je ondertussen voldoende ventileert. Of de chape droog genoeg is, kan je controleren door er met tape een stuk doorzichtig plastic op te kleven. Als het plastic na een dag nog altijd droog is, mag je aan de slag. Wil je de laminaatvloer boven een bestaande vloer leggen? Dampopen vloerbekleding zoals tapijt of kurk moet je verwijderen. Dampdichte en nietverende vloerbedekking zoals vinyl en linoleum mag blijven liggen, maar je moet er wel een egaliserende ondervloer aanbrengen. Een bestaande tegelvloer ligt vaak oneffen. Leg er een dampscherm boven, en vervolgens een egaliserende vloer (bijvoorbeeld houtvezelploaten) en daarboven de ondervloer. Is de ondergrond een plankenvloer? Doe dan precies hetzelfde: eerst een plastiek folie, vervolgens een egaliserende vloer en daarna de ondervloer. Let erop dat de plankenvloer onderaan voldoende geventileerd kan worden.

Dampscherm en ondervloer

Een dampscherm ( een damplichte plastiekfolie van minimum 0.15 mm dik ) is bedoeld om problemen met opstijgend vocht te vermijden. Het best is een folie uit één stuk. Als dat niet mogelijk is, zorg er dan voor dat de verschillende delen elkaar minstens 20 cm overlappen en plak de voegen toe met een dampdichte kleefband. Laat de folie een beetje tegen de muur oplopen vooraleer die op maat te snijden. Zo voorkom je dat muurvocht de laminaatvloer kan aantasten.
De ondervloer moet kleine oneffendheden in de ondergrond neutraliseren, en akoestisch en thermisch isoleren. Daarvoor heb je verscheidene mogelijkheden:

  • Voor betonvloeren: bijvoorbeeld polyethyleenschuim (van 2 tot 3 mm dik), eventueel afgewerkt met een plastic dampscherm, of polystryreenschuim (van 3 mm dik) eventueel met aluminiumlaag.
  • Voor beton- en plankenvloeren: geperste houtvezelplaten van 6 of 7 mm dik. Deze ondervloer geeft een hogere stabiliteit en een betere warmte- en geluidsisolatie.

In plaats van én een folie én een ondervloer kan je kiezen voor een zogenaamde combi-ondervloer. In dit geval is aan de ondervloer al een dampscherm gekleefd.

Kliksysteem

Tegenwoordig wordt nog bijna uitsluitend 'klik'-laminaat gelegd. Het kliksysteem garandeert niet alleen netter werk - vergeleken met vroeger, toen lijm werd gebruikt - maar gaat ook tot anderhalf keer sneller. Het kliksysteem maakt de vloer ook beter bestand tegen vochtinfiltratie. Er bestaan verschillende variaties van het systeem, maar Uniclic is het enige dat je zowel kan wentelen en klikken, als horizontaal kan invoegen. Wentelen en klikken is het gemakkelijkst. Je plaatst het vloerpaneel onder een hoek van 20-30° tegen het reeeds geplaatste paneel. Vervolgens beweeg je het lichtjes op en neer, en tegelijkertijd oefen je een voorwaartse druk uit. Idealiter zullen de panelen vanzelf in elkaar klikken. Lukt dat niet? Klik de lange kanten in elkaar en voeg daarna de korte kanten samen met een hamer en een stootblokje. Voor onder deurlijst of verwarmingsystemen, waar wentelen moeilijk of soms onmogelijk is, gebruik je de tweede methode. Schuif de planken onder de moeilijk bereikbare plaats, en tik ze met een hamer en een stootblok of trekijzer voorzichtig in elkaar. De korte kanten verbind je door middel van een aantal klopjes. Voor de lange kant begin je met op de hoek van een paneel met lichte slagjes te kloppen tot daar de verbinding ineenzit. Herhaal dit om de 30 cm totdat de volledige lange zijde van het paneel in elkaar geklikt is.

Uitzettingsvoegen

Heel belangrijk: vergeet de uitzettingsvoegen niet ! Aangezien de vochtigheid in een ruimte kan variëren, bijvoorbeeld tussen zomer en winter, moeten de laminaat planken kunnen uitzetten en krimpen. Daarvoor moet je aan elke kan van de vloer, rondom leidingen, bij dorpels en onder deuren een uitzettingsvoeg van minstens 8 tot 10 mm voorzien. Deze voegen dicht je later af met een profiel dat je aan de basisvloer bevestigt of met plinten of plinten die je vasthecht aan de muur. Op plaatsen waar geen profielen of plinten kunnen geplaatst worden, kan je de uitzettingsvoeg opvullen met een elastische pasta. Ook tussen de laatste rij en de muur is een uitzettingsvoeg nodig. Grote kamers moeten om de 13 m uitzettingsvoegen hebben zowel in de lengte als in de breedte.